Nou zagen we er eigenlijk geen van beiden ooit iets in om op een camping te staan, maar goed, dat moest dus maar.

In NZ zijn we helemaal verliefd geworden op het camperleven. Vooral de speciale camperplekken trokken ons erg aan. Rustig, vaak in een mooie omgeving en meestal samen met 1 of 2 mede-camperaars. Met genoeg ruimte zodat je niet op iemands lip zit. Een praatje is dan snel gemaakt en we spraken mensen die soms al jaren met hun, soms meest wonderlijk uitziende camper door NZ trokken. Erg verleidelijk allemaal.
Thuis gekomen hebben we nog even opgezocht hoe duur zo’n camper nou eigenlijk is. En we hebben het idee maar weer gauw laten varen. We kwamen aan prijzen van ..., nou ja, flink boven ons budget.
Toch bleef het ons bezig houden en we vroegen ons af of met de camper in Europa rondtrekken ook leuk was.
In juni dit jaar zijn we met een in Arnhem gehuurde camper door Frankrijk naar de Pyreneeën getrokken. Dat was een iets grotere camper waardoor je wel iets meer ruimte binnenin hebt. Maar op de weggetjes waar we soms reden was het toch niet ideaal. En boodschappen doen in een dorpje lukte soms niet eens omdat we geen parkeerplek konden vinden. Een ander nadeel vonden we de zithoek die we iedere avond in een bed moesten omtoveren. Dat was iedere keer weer een heel ritueel. Op het laatst waren we daar wel heel handig in. Ieder op een vaste plek staan en dan de handelingen samen in de goede volgorde afhandelen. Maar toch een heel gedoe. Toen hadden we al zo iets van: nee, als wij een eigen camper zouden hebben, zou daar een vast bed in moeten zitten. Het idee begon te rijpen.

Op de laatste vakantiedag hebben we met tegenzin de camper weer ingeleverd. We hadden er zo nog wel minstens een paar weekjes mee door willen rijden. Weer samen in ons mosgroene Berlingo hebben we op de terugweg (voor de grap zeiden we, en om de tijd te doden) een lijstje gemaakt waar onze eigen camper aan zou moeten voldoen.
Eis 1 was dat we hem in onze eigen straat zouden kunnen parkeren. Het leek ons niets dat je als je een keertje weg wil, je dan eerst je camper uit de stalling moet halen. Andere eisen waren een vast bed en genoeg opbergruimte en nog wat technische zaken die Hans als chauffeur erg op prijs zou stellen.
Iets waar we het niet over eens konden worden was de deur. Ik vond het kleine klapdeurtje van onze net ingeleverde halfintegraal camper wel fijn. Voornamelijk omdat ik wel mogelijkheden zag om daar allerlei vliegend ongedierte mee buiten te houden. Hans vond echter de schuifdeur van onze Nieuw-Zeelandse camper veel aantrekkelijker. Daardoor heb je, ook als je binnen zit, veel meer contact met buiten. Daarbij zouden we hem het liefst ook als dagelijks vervoermiddel willen gebruiken, anders zouden we totaal wel erg veel auto’s krijgen. En dan moet bijvoorbeeld zijn bas ook makkelijk naar binnen kunnen. En dat gaat nou eenmaal beter door een grote schuifdeur. Maar ja, ik maakte me er niet zo heel erg druk om, het was toch niet voor het eggie, toch?
Toch ga je dan thuis eens op het net struinen wat er zo allemaal te koop is, je kijkt bij 2e hands campers op marktplaats.nl of bij dealers. Maar daar waren we het gauw over eens: we wilden geen camper met de nestgeur van een ander. Ons adagium is: als we iets doen, doen we het goed.
We kwamen toen uit bij een Globecar (Ford) en zijn toch eens bij een dealer wezen kijken. Het adres daarvan vonden we achter op de campergids die we mee naar de Pyreneeën hadden genomen. Inmiddels hadden we al min of meer stilzwijgend de afspraak gemaakt dat we toch eens gingen kijken of we dit plan werkelijkheid konden laten worden.In de showroom zijn we eigenlijk door de verkoper overgehaald om toch een halfintegraal camper te kopen. Het was inderdaad een hele mooie, met een garage waar wel 2 bassen in konden, met een zithoek met verstelbare stoelen en heel veel opbergruimte. We hebben zelfs een echte offerte op laten maken.
Er bleken bij nader inzien aan zo’n camper toch wel wat nadelen te zitten. We konden hem in de straat niet kwijt. Ten eerste omdat hij te groot was, ten tweede omdat zo’n camper van dat formaat niet langer dan 3 dagen op dezelfde plek mag staan. Het pleintje achter onze garage was misschien een optie. Dan moesten we de andere twee eigenaren van dat pleintje wel zien over te halen om dat goed te vinden. En een aan dat pleintje grenzende buurman overhalen een boom zo te rooien dat de camper onder de takken door kon. En om er nou een dagelijks vervoermiddel van te maken was misschien toch niet zo handig, hij zag er wel heel erg als camper uit en was misschien toch wel een beetje groot om er de wekelijkse boodschappen bij de supermarkt mee te gaan halen.
We waren eis 1 vergeten: je zou hem gewoon aan de straat moeten kunnen parkeren.
Toen heeft Hans een tekening gemaakt van de voor ons ideale indeling. Een bus kopen en tot camper ombouwen was misschien ook nog een optie. Met zijn tekening in mijn hoofd het internet nog eens afstruinende kwam ik op een bestaande camper met precies die indeling: de Adria Twin. We vonden een dealer waar we hem konden bekijken. Dit bleek zelfs al het 2008 model te zijn, wat nog maar mondjesmaat werd uitgeleverd. Dat hebben we later natuurlijk wel even nagevraagd bij de importeur, maar dat was dus echt waar. Er was alleen niemand die een offerte kon maken en de medewerkers die er wel waren wisten niets van campers.Voor de volgende week dus maar een afspraak gemaakt bij een andere dealer. Die had hem niet staan, maar dat was niet belangrijk, wij hadden hem al gezien. Daarbij wilden we graag een andere kleur dan wit, blauw het liefst. Dan ziet het er minder uit als camper. Dat vinden we voor een auto die we dagelijks gaan gebruiken wel belangrijk. Bij de 'nieuwe' dealer zijn we heel enthousiast geholpen door een verkoper, zelf ook een verwoed camperaar. Na wat bellen bleek er in oktober een camper te worden afgeleverd in zilvergrijs. En anders zouden we tot januari moeten wachten, dan zouden de campers op volle kracht leverbaar zijn, met de kleur van onze keuze. Iedereen die ons een beetje kent, begrijpt dat dat geen optie was, wachten tot januari! 't Zou toch niet waar zijn! Dan de zilvergrijze maar, ook een mooie kleur. We gingen met een mooie offerte naar huis, maar wel met de mededeling dat hij onderwijl verkocht kon zijn. Dat zou volgens mij niet zo’n vaart lopen. Daarbij vonden we het verstandig om eerst uit te zoeken of het financieel haalbaar zou zijn. Dus op dat moment konden we nog geen beslissing nemen.
Na wat met de financiering geregeld te hebben, konden we weer een afspraak maken bij de camperdealer. Een telefoontje naar de importeur leerde dat de zilvergrijze camper inmiddels verkocht was. Dat was een teleurstelling waar ik even van stil viel! Daar had ik niet op gerekend. Maar ik heb geleerd in oplossingen te denken, niet in problemen. Dus na even drie keer geslikt te hebben vroeg ik of er dan niet ergens bij een dealer in Nederland nog een 2007 model te koop stond. De verkoper belde weer naar de importeur in Dordrecht en die vertelde dat er wel een blauwe(!) Adria Twin stond, model 2008(!). Maar die moest eerst naar de beurs in Dordrecht van 1 t/m 9 september. Als demonstratiemodel had dat ook nog een klein financieel voordeeltje. Wat ons betrof een prachtdeal!
We hebben hem gelijk gekocht en zijn naar Dordrecht gereden om hem te bekijken (beetje rare volgorde, maar in principe wisten wat we kochten). Een prachtauto! Helemaal wat we eigenlijk wilden. En de importeur in Dordrecht vertelde dat 5 minuten na het telefoontje dat we hem kochten er iemand belde die hem ook wilde kopen. Goud geluk dus!
Inmiddels hebben we wel de eerste aanbetaling gedaan. Dus hij is echt van ons!

Zo’n bus moet natuurlijk een naam hebben en uiteindelijk kwamen we op de naam Blue Bird. Blue mag duidelijk zijn en bij vogel hebben we associaties met ‘trekvogel’ en ‘vrije vogel’. Toen Hans met een plaatje kwam dat hij ooit eens ontworpen had van een papegaai, hebben we dat onmiddellijk geadopteerd.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten