De reis liep langs het zuiden van Engeland waarna we opstaken naar Wales en eindigden in Manchester. Zondagnacht keerden wij terug met de boot vanuit Hull.
Ons verslag leest u hieronder.
Woensdag 10 oktober 2007
Vandaag begint de reis die wij als de vuurdoop zien van de Blue Bird. We gaan naar Manchester, of in elk geval daar in de buurt. Voor vandaag betekent dat dat we vertrekken naar Calais in Frankrijk, waar we de overtocht hebben geboekt naar Dover. Hoe het daarna verder gaat zien we later wel weer.
We komen een beetje moeizaam op gang. We hebben allebei nog twee dagen gewerkt, maar wat dat betreft lopen we niet erg synchroon. Het resultaat is dat ik zelf al vroeg wakker ben. Als het zes uur is dan heb ik toch al stevig uitgeslapen. Joke komt om half negen uit haar bed en dat is wat zij onder uitslapen verstaat.
Een aardige mix van deze twee invalshoeken is dat we om een uur of half elf reisvaardig zijn. We hebben dan toch een beetje onwennig gezocht naar tandenborstels, onderbroeken en andere dingen die je dagelijks nodig hebt. Maar we denken dat we alles hebben. Je neemt allicht meer mee dan je zou doen als je met het vliegtuig naar weet-ik-veel zou gaan. Maar de Blue Bird lijkt op de een of andere manier van elastiek. Er kan wel verrektes veel in !
We tuffen rustig aan zuidwaarts. We hebben geen bijzondere plannen voor vandaag en houden de grotere wegen aan. Bij Antwerpen nemen we de Kennedytunnel omdat de Liefkenshoek Tunnel een toltunnel is en we blijven Hollanders, hoewel het iets om is.
Voorbij Antwerpen doen we een bakkie. Als we wegrijden krijgen we een alarm voor een defect licht. De auto rijdt er natuurlijk niet minder om, maar je wilt toch weten wat er aan de hand is. Al gauw blijkt dat het achterlicht aan de rechter kant niet brandt. Nou begint een noodplan te ontstaan. Kort gezegd loopt dat zo.
De eerste actie is het vinden van een benzinestation dat ook nog eens lampjes verkoopt. We willen een lampje van 21/5r Watt, maar dat is blijkbaar niet het specialisme van de aardige en best wel welwillende dame achter de kassa. Uiteindelijk hebben we een lampje. Het volgende probleem is om de complete achter-unit los te krijgen. Adria heeft een paar onderdelen gebouwd op plaatsen waar normaal gesproken een toegang zou moeten zitten tot de achterkant van die unit. Die moet eerst worden weggehaald. Maar zonder gereedschap valt dat niet erg mee. Met een zakmesje en een sleutel aan de sleutelbos die toevallig een vierkante vorm heeft lukt het om de kruiskopschroeven los te krijgen. Een ander probleem is het om de moeren los te draaien waarmee het geheel vast zit. Met een hoop gewurm en de Bahco die ik voor de gasflessen had gekocht krijg ik ze zover los dat ik de rest met de hand kan doen. Het eind van het liedje is dat het lampje helemaal niet kapot blijkt, maar dat de stekker ietsjes is geoxideerd omdat er een snoertje tussen de pakking heeft gezeten wat niet had gemoeten. Met m′n zakmes heb ik het weer wat schoon gekrabbeld en alles werkt weer. De montage is hetzelfde, maar dan in de omgekeerde volgorde. Enfin, alles werkt weer.
Voor de rest hebben we een tamelijk ontspannen reis naar Calais. We vinden ons doel heel gemakkelijk, een grote camperplaats tegenover de ferry van P&O. De boten varen hier af en aan en we moeten er ons op instellen dat dat de hele nacht zo doorgaat.
Als we aankomen trekt de lucht juist open en het zonnetje schijnt vrolijk over de camperplek, het strand, de pier en de zee. We genieten met volle teugen. ′s Avonds maken we een lekker maaltje, maar we sluiten de deur toch snel daarna, want het koelt toch tamelijk snel af.

Een paar plekjes verder stopt ineens een Engelse Blue Bird. Dat wil zeggen hij is wel precies hetzelfde als onze Blue Bird, maar dan in de kleur rood Het is heel bizar om te zien. Als je op de pier staat en je kijkt om naar de camperplaats dan zie je tussen al die witte of in elk geval licht gekleurde campers één donkere bus staan. Wij zijn toch al een beetje tegendraads, want wij zijn de enige die met de kop van het strand af staat. We hebben dan de zijdeur op de zon en van de wind af, maar wij zijn de enigen die er zo over denken. Maar nu staat er ineens een rode Blue Bird naast. De bewoners zwaaien verbaasd en enthousiast als ze aan komen. Maar verder komen we niet in gesprek, want zij laten hun hondjes uit en vertrekken weer meteen. Misschien hebben ze een late boot geboekt.
De nacht verloopt rustig. Als het donker is verschijnen er even verder een paar lokale autootjes met jongelui. Maar die hangen een paar hengels uit en houden zich verder rustig. Ik ben er eens even langs gelopen om te inspecteren. Naderhand gniffelen wij dat die jeugd misschien wel ongerust was wat die snuiter in het donker bij hun stek moest.
De veerboten varen de hele nacht af en aan. Dat is nog eens wat anders dan de boot naar Hull, die een keer per dag vertrekt. Als hier een boot weg vaart dan ligt er een kwartier later al weer een andere. De tijd dat ze hier liggen hoor je constant de motoren brommen. Maar het is een monotoon geluid en je slaapt er goed bij.
Donderdag 11 oktober 2007
Met de slaap van Joke is het nogal tegengevallen. Ze heeft allerlei verhalen over onbestemde geluiden, motorfietsen en autootjes. Ik heb geslapen als een blok. De Blue Bird heeft toch een fantastisch bed. We worden in een rustig tempo wakker en ruimen in hetzelfde tempo de boel op. Maar we moeten uiteindelijk toch een beetje de gang erin krijgen. De terminal is dan wel heel dicht bij, maar het is toch een heel stuk rijden om aan de goede kant van de haven te komen. En ik wil ook nog even tanken, want in Engeland is de diesel knap duur.
We komen uiteindelijk toch op de boot terecht. De Engelse douane wil graag even in de camper kijken of wij een illegale Chinees in de doucheruimte of onder het bed hebben. Of misschien is hij alleen maar nieuwsgierig naar onze prachtige camper.
Na anderhalf uur varen horen we over de omroepinstallatie iets van aankomst over een half uur. Ik bedenk me dat we dan toch iets van de Engelse kust moeten kunnen zien. Als ik opsta en in de richting kijk van het vasteland zie ik tot mijn grote verrassing de White Cliffs of Dover. Een rustig herfstzonnetje doet ze helder oplichten. Prachtig, prachtig. Joke had er nog nooit van gehoord, wat ik bijna niet kan geloven. Ik zal thuis eens die oude liedjes opzoeken over de Cliffs.

Het achterland stelt al gauw weinig meer voor. We nemen de kustroute, maar we zien weinig van de zee. De borden dat de doorgaande weg ergens een eind verder afgesloten is negeren we. Voor straf moeten we een heel stuk terug. We zijn misschien wel anderhalf uur kwijt. Vervolgens komen we achter een wagen met strobalen. Je kunt je niet voorstellen waarom iemand stro haalt bij het plaatsje zus-en-zo en er twintig kilometer mee over landweggetjes gaat rijden. De stro is zo hoog en breed opgetast dat de wagen slingert en schommelt als een roeiboot en voortdurend iets van de struiken en bomen probeert mee te nemen. Het resultaat is dat de strobalen het verliezen van de begroeiing en dat de stro ons voortdurend in wolken om de oren vliegt.
Na nog een uurtje of wat in een landschap dat steeds aantrekkelijker wordt strijken we neer op de White Rose in Littlehampton. Een hele mooie en rustige camping. De Pilote Camperclub is er ook met een stuk of twintig wagens, maar wij zoeken een plekje aan de andere kant van de camping en het lijkt wel alsof we er helemaal alleen zijn.
De conclusie van de dag is dat we toch wel weer erg veel gereden hebben en weinig hebben gedaan. Ik voeg daaraan toe dat we weinig van de zee hebben gezien, behalve de roemruchte badplaats Hastings. We hadden daar misschien wel even kunnen stoppen, maar onze eigenwijze omleiding kostte teveel tijd. En we kwamen natuurlijk pas na een uur van de boot af. Vrijdag doen we dat vast beter. Al is het maar omdat we vroeger kunnen vertrekken.
Vrijdag 12 oktober 2007
Vandaag zijn we er vroeg bij. Ik begin de morgen met alle service-aangelegenheden, zoals fris water innemen, afvalwater lozen en wc schoonmaken. Daarna vertrekken we al gauw en een uurtje later stoppen we voor ons ontbijtje. We hadden heerlijk boeren witbrood gekocht bij Tesco en ik snijd er dikke hompen van.
Voor de rest is de planning om maar zo snel mogelijk zoveel mogelijk op te schieten. We nemen de motorways tot aan Bristol en daar steken we de rivier over. Het is een prachtige brug, weliswaar een tolbrug, maar tot onze verrassing mogen we er als personenwagen overheen en vallen niet onder het tarief van een bestelbus. Dat scheelt de helft.
De verdere rit ziet er ineens heel anders uit. We hebben het wat saaie en een beetje armoedige landschap achter ons gelaten. Het is ineens veel heuvelachtiger en gevarieerder. Als we op de plaats van onze bestemming aankomen nemen we eerst een bak koffie, maar dan strekken we stevig de beentjes en maken een lekkere wandeling.

We zitten bij het avondeten een opsomming te maken van wat we nou hebben ervaren met de Blue Bird en wat er beslist niet goed werkt of in elk geval anders zou moeten. Ik kom maar tot een zinnig punt. Dat is dat ik wil dat we ook 230 Volt hebben op de stopcontacten als we op de huishoudaccu draaien. Dat moet te doen zijn, want we hebben een omvormer. Als je die aansluit op de accu moet je hem alleen maar zo schakelen dat hij 230V geeft als de 12V aanstaat, maar niet als we op de stroompaal staan, want dan hebben we sowieso al 230V.Met een paar kabeltjes, zekeringen en een of twee relais moet dat goed te doen zijn. Nu kunnen we de omvormer alleen gebruiken onder het rijden. Ik ben vandaag vergeten om de harddisk op te laden en nou doet hij het niet meer. Ik zou er nog wel iets aan kunnen doen, maar beter is om het morgen maar weer te proberen.
Zaterdag 13 oktober 2007
Vandaag willen we dan toch naar Ronald. Het idee is om er om een uur of vier te zijn. Het is alweer een tamelijk stuk rijden. Als we op Truus afgaan dan volgen we en oostelijke route. We verlaten Wales en komen in het gebied van Birmingham en Stoke-on-Trent. Maar dat zou jammer zijn, dus ik verzin een tussenstop bij Dolgellau. Dat ligt bijna aan de kust. Op deze manier krijgen we toch veel meer van Wales te zien.
Het weer is nogal grauw, maar het landschap getooid in herfstkleuren is toch heel aangenaam. Vlak voor de afslag naar Dolgellau maken we nog een bakje koffie. Op de kaart zie ik dat we net zo′n beetje langs Snowdonia komen. Ik had er eerlijk gezegd nog niet van gehoord, maar volgens Joke is dat het mooiste gebied van Wales. Valerie zou dat weten, zij woont daar per slot van rekening in de buurt. Ik prik een alternatieve tussenstop bij Tywyn. We rijden langs de baai van de Afon Dyfi over weggetjes die soms wat klein zijn voor de Blue Bird. Met een ″echte″ camper was dat toch wel erg lastig geweest. In stilte geniet ik van de beslissing die we ooit namen om een ″gewone″ bus te nemen. Het houdt allemaal niet erg over, maar ik loods hem er toch redelijk gemakkelijk doorheen.
Tywyn is een leuk plaatsje, met een toeristisch sausje. Jammer genoeg hebben we niet veel tijd en we leggen er niet aan. Maar het was de keuze die we maakten, op deze manier omrijden en weinig tijd om nog te stoppen. We moeten nog maar eens terug naar Wales als we het allemaal wat rustiger aan kunnen doen. Maar dat zal wel niet in onze aard liggen, want dat hebben we ons al zo vaak voorgenomen en het is ons eigenlijk nog nooit gelukt. We blijven maar bewegen!

Vanaf Tywyn loopt een weg dwars door het Snowdonian National Park. Het is een B-weg, maar we gaan niets uit de weg. Het valt allemaal erg mee. Het is goed te rijden en een prachtige tocht, langs hoge ronde bergen met heide-achtige kleuren, groene weiden met haagjes. We worden nog getrakteerd op een idyllisch meertje. We rijden steeds verder en hoger het berglandschap in, maar op den duur worden de bergen steeds lager en het landschap wordt geleidelijk minder spectaculair. We eindigen de rit over motorways en komen volgens plan aan bij Ronald.
We genieten van een heerlijke avond en een fantastisch maal wat onze gastheer heeft bereid. Aan het eind van het festijn duiken we toch de Blue Bird in, die bij hem voor de deur staat. Tegen zo′n lekker bedje en zoveel privacy kan niets op. Het is misschien wel een beetje eigenaardig om zo midden in een woonwijk in je campertje te wonen, maar wij hebben er weinig problemen mee. En de buurt zal zich misschien verbazen over zo′n grote bus, maar voor de rest hebben ze het waarschijnlijk niet eens in de gaten.
De Blue Bird is wel afgrijselijk smerig geworden. We hadden al een keer een bordje gezien met iets als ″mud on road″ maar we hebben nog meer blubber opgepikt onderweg.
Zondag 14 oktober 2007
We worden met de kippen wakker, of iets later. We rommelen wat in ons eigen kleine huisje en zetten koffie. We moeten nog een tijdje wachten voordat de gordijntjes van onze gastvrouw en -heer bewegen. We vervelen ons niet en lezen wat, ruimen de boel een beetje op frissen ons op en allerlei wat je zoal doet ′s morgens in een camper. Als beloning worden we getrakteerd op een echt Engels ontbijt met spek, bonen en eieren.
Na diverse familieaangelegenheden vertrekken we in de loop van de morgen richting Hull, waar we vanavond de boot willen nemen. We kiezen ervoor om er geen toeristische route van te maken, maar rechttoe-rechtaan naar Hull te reizen.

Een half uurtje of zo voor onze bestemming stoppen we en zoeken een plekje om wat te ontspannen. Maar we hebben geen gelukkige greep en willen niet een uur lang ronddolen voor een plek, dus we belanden op een parkeerplaats. We doen nog een bakkie en lezen wat voordat we de laatste etappe rijden.
De boot is natuurlijk helemaal vertrouwd. Tenminste, dat zou je zeggen. Maar deze keer moeten we naar dek 3, het vrachtwagendek. We zijn te hoog voor het plebs.
Maandag 15 oktober 2007
We slapen in hut 10238. Op zich is dat niets bijzonders, maar we worden eigenlijk niet zo uitgerust wakker. Hoewel het een prima bed is, willen we het toch niet vergelijken met het heerlijke bed van de Blue Bird.
Het laatste stukje naar huis is weinig opwindend. Maar als we thuiskomen wacht ons nog de opdracht om de Blue Bird helemaal uit te mesten, wc schoon te maken, afvalwater zien kwijt te raken, vloer aan te vegen, te stofzuigen, tjeetje wat een hoop werk nog. En vooral ook om de buitenkant uitgebreid te soppen en te poedelen.
Maar tegen de middag staat hij er weer glimmend en gepoetst bij. De maiden-trip is achter de rug. Eigenlijk was het allemaal tamelijk vertrouwd. Een paar dingetjes hebben we nog opgestoken, zoals het gebrek aan gereedschap, mijn wens om ook 230 Volt te hebben als je niet aan de paal staat en de mogelijkheid om een natte handdoek op te hangen. Vandaag hebben we meteen een roe gekocht om tussen de wanden van de douche te klemmen en een klemmetje om de handdoek (zonder lusje!) op te kunnen hangen.
En daarmee is dit verhaal ook weer uit ...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten